vanwulfen.com

Victor van Wulfen

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

update: 12 augustus 2020

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 9

Mogelijk, afhankelijk van beantwoording van vragen.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 8

Spoedig.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 7

Spoedig.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 6 van 6

Op 15 juni 2020 heb ik een zesde tuchtklacht tegen een vijfde arts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. De klachtbehandeling bevindt zich thans in de fase van verweer.

Gedurende deze kwestie is er een medisch misstand van zeer grote omvang gebleken. Werkte u tussen 1990 en 2010 bij Defensie? Dan het treft het u ook.

Defensie heeft u daar niet over geïnformeerd. De bewindspersonen van Defensie hebben bovendien de Tweede Kamer niet geïnformeerd. De Nationale Ombudsman heeft inmiddels vragen gesteld aan Defensie.

Zodra het mogelijk is deel ik hierover nadere informatie.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 5 van 6

Op 13 mei 2020 heb ik een vijfde tuchtklacht tegen een vierde arts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Het RTG Amsterdam heeft de klacht doorgestuurd naar het RTG Eindhoven. De klachtbehandeling bevindt zich thans in de fase van verweer.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 4 van 6

Op 11 mei 2020 heb ik een vierde tuchtklacht ingediend, tegen dezelfde arts waartegen de eerste tuchtklacht was gericht, bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven.

De kwestie die ten grondslag ligt aan deze tuchtklacht heb ik onder de aandacht gebracht van de staatssecretaris van Defensie. De staatssecretaris heeft daar niet op gereageerd. Ik heb van de bestuursstaf een brief ontvangen waarin wordt gesteld dat het geen zaak is voor het Tuchtcollege.

Het Tuchtcollege heeft mijn klacht in behandeling genomen. De zaak zal worden behandeld op een openbare zitting.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 3 van 6

Op 10 oktober 2019 heb ik een derde tuchtklacht tegen een derde arts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam.

Ruim 7 maanden na het verweer van de arts, na twee ronden van repliek en nadat het Tuchtcollege nadere informatie bij de arts heeft opgevraagd, is het college tot de conclusie gekomen dat mijn klacht niet door het Tuchtcollege beoordeeld kan worden: de handelingen van de arts niet zijn gepleegd “als arts”. Het is derhalve niet aan het Tuchtcollege om de klacht te behandelen. De klacht is dan ook (nog) niet inhoudelijk behandeld. De uitspraak is hier te lezen.

Verwijt aan bedrijfsarts, tevens Inspecteur Militaire Gezondheidszorg, over onder meer zijn betrokkenheid bij de totstandkoming en publicatie van een volgens klager onjuiste onderzoeksrapportage. Klachten jegens verweerder zijn niet-ontvankelijk.

In afwachting van nadere informatie die een ander licht op de kwestie kunnen werpen overweeg ik in hoger beroep te gaan tegen dit besluit.

Gelet op het feit dat het handelen van de betreffende arts en anderen wel (strafrechtelijk) beoordeeld moet worden heb ik het Openbaar Ministerie geïnformeerd over de uitspraak van het Tuchtcollege. Ik zal op korte termijn opnieuw aangifte doen. Daarbij zal de keur aan valse informatie en beweringen die gedurende de klachtbehandeling van het Tuchtcollege door de arts is ingebracht, ook grond zijn voor aangiften.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 2 van 6

In oktober 2019 heb ik een klacht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. De klacht is op 4 februari 2020 behandeld in een openbare terechtzitting. De arts werd bijgestaan door de landsadvcoaat. Ter zitting is de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Defensie gehoord als getuige. De klacht is op meerdere punten gegrond verklaard. Het Tuchtcollege heeft geen maatregel opgelegd. De volledige uitspraak is hier te lezen.

Eindhovens Dagblad – 12 maart 2020

In hoger beroep is er alsnog een klachtpunt geheel gegrond verklaard. De uitspraak is hier te lezen.

Klacht tegen bedrijfsarts, werkzaam voor de Defensie Gezondheidszorg Organisatie. Namens klager is bij e-mailbericht van 20 februari 2015 verzocht om het medisch dossier van klager over de periode van 16 november 2009 tot en met 5 januari 2010 volledig te schonen en om elke referentie nadien naar deze periode eveneens uit het medisch dossier te verwijderen. Verweerster heeft dit verwijderingsverzoek in behandeling genomen. Klager verwijt verweerster in dit verband dat zij: 1) zonder medeweten en instemming van klager ten onrechte toegang heeft gehad tot het medisch dossier, 2) zonder medeweten en instemming van klager het medisch dossier heeft aangepast, 3) het medisch dossier niet volledig heeft geschoond conform de KNMG-norm, 4) valse oftewel onjuiste informatie aan het medisch dossier heeft toegevoegd, 5) zonder toestemming medische gegevens van klager heeft gedeeld met andere medewerkers van Defensie: a) de geadresseerden van de e-mail van 30 maart 2015, b) de bestuursstaf van het ministerie van Defensie, en 6) de vragen van klager in de brief van 2 september 2019 niet (voldoende) heeft beantwoord. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 3 (geheel), 4 (geheel) en 5 (gedeeltelijk) gegrond verklaard, bepaald dat ter zake daarvan geen maatregel aan de arts wordt opgelegd, en de klacht voor het overige afgewezen. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het beroep richt zich tegen de gedeeltelijke ongegrondverklaring van klachtonderdeel 5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 5 alsnog in zijn geheel gegrond en in zoverre slaagt het beroep van klager, maar het Centraal Tuchtcollege ziet in deze omstandigheid geen aanleiding om de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege – dat aan de arts geen maatregel wordt opgelegd – te wijzigen.

De uitspraak zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Omdat nieuwe informatie, die ik ontving nadat het beroep was ingediend, niet bij het hoger beroep mocht worden betrokken, zal ik op korte termijn een nieuwe tuchtklacht indienen.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg – 1 van 6

Mijn eerste klacht bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven van augustus 2018 diende op maandag 25 maart en op woensdag 2 oktober 2019 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven in een openbare terechtzitting.

Het Tuchtcollege heeft op 4 november 2019 uitspraak gedaan. Klachtonderdeel 1 en 3, vervalsing van mijn medisch dossier en het door de arts niet afleggen van verantwoording, zijn gegrond verklaard. Het Tuchtcollege heeft een persbericht gepubliceerd. De volledige uitspraak is hier te lezen.

Bedrijfsarts, werkzaam als onderdeelsarts op de vliegbasis, wordt verweten dat hij ten onrechte een consult onder de ziektecode “Overige psychische stoornissen, Andere psychische stoornissen” aan klagers medisch dossier heeft toegevoegd, zijn beroepsgeheim heeft geschonden en zich nimmer voor zijn doen en laten heeft verantwoord. Het college oordeelt dat de arts ten onrechte een diagnose heeft toegevoegd aan klagers medisch dossier. Er had geen consult tussen klager en de onderdeelsarts plaatsgevonden. De arts had de aantekening in het medisch dossier zo moeten formuleren dat het voor opvolgende zorgverleners duidelijk was dat de informatie niet afkomstig was van klager maar van de commandant. Dat de onderdeelsarts juist had gekozen voor deze ziektecode is bovendien verwijtbaar en heeft grote gevolgen gehad voor klager. Schending beroepsgeheim is niet komen vast te staan. De onderdeelsarts heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar e-mails van klager over zijn medisch dossier onbeantwoord gelaten. Klager had recht op informatie. Gedeeltelijk gegrond. Berisping.

Eindhovens Dagblad – 4 november 2019

Het standpunt van Defensie

Tijdens het Defensie begrotingsdebat op 7 november 2019 heeft de staatssecretaris van Defensie Barbara Visser verklaard dat Defensie “geen partij is”. Vanzelfsprekend is Defensie wel partij.

Ter inbreng heb ik direct bij de staatssecretaris van Defensie relevante documenten opgevraagd met deze brief. Ik heb geen documenten ontvangen. Met het achterhouden van informatie voor mij en voor het Tuchtcollege heeft de staatssecretaris van Defensie persoonlijk en bewust een lopende juridische procedure beïnvloed.

EenVandaag – 25 maart 2019

In hoger beroep is de beoordeling van de klacht niet gewijzigd. Gelet op de tijd die is verstreken en de (media-) aandacht die er voor de kwestie is geweest volstaat het Centraal Tuchtcollege met een waarschuwing. De uitspraak is hier te lezen.

In beginsel acht ook het Centraal Tuchtcollege de maatregel van berisping een passende reactie op de gegrond verklaarde klachtonderdelen 1 en 3, omdat de arts van zijn beroepsmatig handelen een ernstig tuchtrechtelijk verwijt wordt gemaakt. De arts had anders kunnen en moeten handelen. Het Centraal Tuchtcollege neemt bij het bepalen van de op te leggen maatregel ook in aanmerking dat dit handelen al in 2009 plaatsvond, dat de arts daarvoor en daarna niet met de tuchtrechter in aanraking is geweest en dat deze zaak, niet alleen op klager maar ook op de arts veel impact heeft gehad onder meer door de negatieve aandacht in de media en op social media. Alles afwegende ziet het Centraal Tuchtcollege in dit geval reden om te volstaan met de oplegging van de maatregel van waarschuwing.

De uitspraak zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en in medische vakbladen.

Eindhovens Dagblad – 8 augustus 2019

De arts tegen wie de eerste tuchtklacht zich richtte zal zich binnenkort opnieuw voor de rechter moeten verantwoorden.

Op basis van nieuwe informatie zal ik op korte termijn een derde tuchtklacht indienen.

Scroll Up